In 1928, bijna honderd jaar geleden, werd Ulvenhout opgeschrikt door een nietsontziende overval op een 69-jarige inwoner. Jan Frijters bracht alles rond dit misdrijf in kaart. Deze zomer verscheen hier een prachtig artikel over in het blad van de Heemkundekring Paulus van Daesdonck. Ons Ulvenhout publiceert nu dit artikel als vervolgverhaal. Deze week aflevering drie: Ulvenhout landelijk in het nieuws en een snelle arrestatie...
Snelle arrestatie
Al snel kon de politie verdachten arresteren. Op 25 november was dat de 27-jarige 1,83 meter lange werkman J.F. Mertens en op 28 november de 31-jarige, 1,73 meter lange werkman Cornelis de Vugt, beiden wonende te Ginneken. Beide mannen ontkenden iets te maken te hebben met dit misdrijf.
De eerste dagen na de overval
De verwondingen van Piet waren zeer ernstig. Ondanks de goede verzorging in het ziekenhuis ontstonden door de verbrandingen aan zijn benen complicaties bij het functioneren van zijn nieren. Uiteindelijk werd hem dat fataal.
Na de heilige sacramenten der stervenden te hebben ontvangen is Piet van der Burgt dinsdags om 18:30 uur overleden.
Op het gemeentehuis van Ginneken en Bavel verklaarden Jacobus Struijs, zonder beroep en Theodorus Noij, 40 jaar, machinist, beiden wonend te Ginneken en Bavel:
“Op 27 november 1928 om half zeven in de namiddag is binnen deze gemeente overleden: Petrus van der Burgt, oud 69 jaar, arbeider, geboren en wonende alhier, zoon van Adrianus van der Burgt en Johanna Kil, beiden overleden.”
De Bredasche Courant van vrijdag 30 november 1928 publiceerde het volgende verslag over de begrafenis:
Ulvenhout landelijk in het nieuws
De roofmoord zorgde niet alleen in Ulvenhout en de directe omgeving voor veel ophef. De hele Nederlandse pers deed verslag van de gebeurtenissen. Het was voor de hand liggend dat De Bredasche Courant en Het Dagblad van Noordbrabant dat deden.

Maar onder andere ook De Maasbode, De Nieuwe Tilburgse Courant, Nieuwsblad van het Noorden, Het Eindhovens Dagblad, de Delftse Courant, Het Huisgezin, De Tijd, De Nieuwe Haarlemsche Courant, De Standaard, De Volkskrant, Het Volk en zelfs de Indische Courant deden verslag.

Voor dit verhaal zijn de krantenberichten een waardevolle bron van informatie geweest. Zowel die over de overval als een paar maanden later over de rechtszaak. Net als tegenwoordig was
de verslaggeving niet eenduidig en moest worden nagegaan of de berichtgeving betrouwbaar was.

Een voorbeeld daarvan: er wordt gemeld dat het misdrijf plaatsvond in de Gemeente Gorinchem en Bavel in plaats van Ginneken en Bavel. Namen van betrokkenen werden op meerdere manieren gespeld: van der Burg, van der Burch en Goosen, Goossen, Goossens, Goos.
Dat maakte extra controle nodig.

De gebeurtenissen chronologisch
Tot hier heb ik de gebeurtenissen rond de roofmoord beschreven in grote lijnen. Hierna beschrijf ik de gebeurtenissen zoveel mogelijk chronologisch en meer gedetailleerd.
Piet van der Burgt was nog geheel overstuur bij de komst van dokter Gommers. Hij verklaarde in het ziekenhuis aanvankelijk aan de dokter dat er drie overvallers waren geweest.
Een dag later, tijdens een verhoor door de politie, in aanwezigheid van een zuster, zei hij dat er twee personen in zijn huis waren binnendrongen. Zowel de dokter als de Rijkspolitie / Marechaussee waren van mening dat Piet helder van geest was en zijn verklaringen betrouwbaar leken te zijn, ondanks zijn zware hoofdwonden.

Eén van de gearresteerden was Frans Mertens, ook wel Sam genoemd. Deze persoon had een slechte reputatie in Ulvenhout. Om die reden was Piet aanvankelijk terughoudend bij het geven van zijn toelichting op wat er allemaal gebeurd was. Er waren trouwens meerdere getuigen voorzichtig in hun uitlatingen tijdens het politieverhoor, uit angst voor Frans Mertens.
Die angst was wel te begrijpen. Hij had al tien jaar een strafblad. Inmiddels stond een lijst van zeven vonnissen op zijn naam:
1918 Verboden vervoer / smokkelarij / zoutfraude
1918 Diefstal
1925 Oplichting
1926 Overtreding tegen weggeld
1926 Vernieling
1926 Verboden vervoer / smokkelarij / zoutfraude
1928 Vernieling

Adrianus Bakx, jachtopziener bij baron Prisse op landgoed Luchtenburg en onbezoldigd Rijkswachtmeester, had een dag of veertien vóór 24 november Sam gezien in de buurt van de woning van Petrus van der Burgt. Hij vond dat de verschijning van deze persoon niet veel goeds voorspelde, aangezien Sam in de buurt alom gevreesd werd.
In de volgende aflevering: Waar ging het de overvallers om?
Eeerdere afleveringen teruglezen? Klik op Paulus van Daesdonck