In 1928, bijna honderd jaar geleden, werd Ulvenhout opgeschrikt door een nietsontziende overval op een 69-jarige inwoner. Jan Frijters bracht alles rond dit misdrijf in kaart. Deze zomer verscheen hier een prachtig artikel over in het blad van de Heemkundekring Paulus van Daesdonck. Ons Ulvenhout publiceert nu dit artikel als vervolgverhaal. Deze week de aflevering 2: De eerste hulp en politie ter plaatse...
Eerste hulp
Op zo’n zestig meter van het huis van Piet, woont op nummer C311 het gezin van Toon Goossens. Piet is daar naartoe kunnen gaan, ondanks de wonden aan zijn hoofd en zijn hand en een verbrand been en verbrande voet. De familie Goossens wordt wakker door geklop op de deur van hun woning. Toon hoort buiten de stem van Pietje. Hij hoort hem roepen:
“Och help mij toch, ze hebben mijn woning in brand gestoken en hebben me zo geslagen”.
Toon is onmiddellijk uit bed gesprongen, heeft de deur opengedaan en ziet Van der Burgt voor zich staan, in zijn ondergoed. Zijn hoofd bloedt hevig terwijl zijn onderbroek aan de beide pijpen in brand staat. Hij ziet ook dat het huis van Piet in brand staat. Hij dooft de vlammen van Pietjes onderbroek en legt hem op een matras.
Van der Burgt roept steeds:
“Twee personen, een grote en een kleine, die zwart gemaakt waren, hebben mij op mijn kop geslagen met een ijzer, een pook of een revolver. Ze zeiden: Je geld of je leven. Toen ze mij zo hadden geslagen, hebben ze de kast opengebroken en de bedstee onderzocht. Daarna staken ze het bed waarop ik lag, in brand.”
Van der Burgt heeft zeer veel pijn, maar lijkt goed bij zijn positieven te zijn.

De zuivelfabriek werd ook “Hoop op Zegen” genoemd. (rond1920)
Toons zoon Cornelis is onmiddellijk naar het huis van de directeur van de boterfabriek Sint Laurentius aan de Molenstraat gerend. Die woning staat naast de fabriek. Het is de enige plek in de buurt waar ze kunnen telefoneren. Daar kan Cornelis de hulp van dokter Gommers[1], de kapelaan en de politie inroepen.

De directeurswoning bij de boterfabriek Sint Laurentius. (2026.)
De dokter woont aan de Prinses Julianastraat[2] in het Ginneken. Cornelis heeft dokter Gommers kunnen bereiken en de vreselijke situatie van Piet uitgelegd. Hij is meteen gekomen en heeft de eerste hulp verleend. Met zijn auto heeft hij Piet daarna naar het Laurensziekenhuis gebracht.
Ondanks zijn zeer ernstige verwondingen en het feit dat hij totaal overstuur is, kan Piet dokter Gommers toch nog vertellen dat hij door twee of drie gemaskerde kerels is aangevallen. Hij vraagt ook of zijn kat nog leeft.
Intussen staat, aangewakkerd door de felle wind, het huisje in lichterlaaie en in een mum van tijd is alle have en goed verbrand.
Politie ter plaatse
Ook de Rijkspolitie was snel ter plaatse en heeft gedurende deze vreselijke nacht het onderzoek gestart en onafgebroken voortgezet. De marechaussees onderzochten, onder leiding van jonkheer Laman Trip[3], de puinhopen van het afgebrande huis.
Het was een droevig gezicht, de rook steeg nog omhoog uit de puinhopen. De hulp van een speurhond werd ingezet. Door de regen was de omgeving van de plaats delict erg modderig. Er waren sporen zoekgeraakt, wat het onderzoek bemoeilijkte. Desondanks vond de speurhond aan de rand van een sloot het masker dat de boeven hadden gedragen.
De verklaring van Piet van der Burgt bleek dus te kloppen. De politie verklaarde al snel dat het om een afgrijselijke misdaad ging, die in de geschiedenis van deze omgeving haar weerga niet vindt.
Op uitdrukkelijk verzoek van de Rijkspolitie werd geprobeerd de roofoverval nog even stil te houden om de kans op verstoring van het onderzoek te voorkomen. Echter, rond 8 uur die zondag 25 november drong het verhaal van de misdaad al in Ulvenhout door en bracht dit anders zo rustige dorp in grote opwinding.
In de volgende aflevering: Ulvenhout landelijk in het nieuws en een snelle arrestatie
De eerste aflevering teruglezen? Klik op Paulus van Daesdonck
Noten
[1] Dokter Gommers werd later de eerste geneesheer-directeur van het Laurentius Ziekenhuis. Naar hem werd de Dokter Gommerslaan in het Ginneken vernoemd.
[2] De huidige Dillenburgstraat.
[3] Districtscommandant, 47 jaar oud, kapitein bij de Koninklijke Marechaussee.