“Ja, dat deed ik ook toen ik nog jong was. Nu ik 24 ben, moet ik daar eerlijk gezegd niet meer aan denken.”
Ik zit in de bus naar het station als ik een flard van een gesprek opvang. Aan het woord is een jonge vrouw. Ik probeer niet te opzichtig om te kijken. Ik kan haar net zien maar degene tegen wie ze deze opmerkelijke uitspraak doet niet. Geen idee wat ze niet meer doet nu ze de leeftijd van 24 jaar heeft bereikt. Maakt eigenlijk ook niet uit, ik heb al genoeg stof om over na te denken voor de rest van de reis.
Domme dingen
Ik draai mijn hoofd naar het raam. Kijk zonder te zien naar buiten terwijl gedachten voorbijglijden. Ze is nog maar 24 en vindt zichzelf al oud. Wat ben ik dan? Iemand uit de middeleeuwen? Nee, meer iemand van voor de jaartelling. Ik speur mijn geheugen af naar wat ik deed en hoe ik was op mijn 24e. Wat ik in ieder geval zeker weet is dat ik toen genoeg domme dingen deed. Onzeker was ik ook. En, als ik er langer over nadenk: ik doe nog regelmatig domme dingen. Misschien ben ik wel 24 gebleven.
Kielzog
Bij de halte op de Vlaszak stapt de echte 24-jarige uit, met in haar kielzog een andere jonge vrouw met een hondje in haar armen. Als ze de overkant van de straat hebben bereikt mag het hondje zelf lopen. Hij schudt eerst even met zijn pootjes. Dan loopt het gezelschap in de richting van de Catharinastraat. De echte 24-jarige gaat voorop, duidelijk een vrouw met een missie, maar dat kan alleen buitenkant zijn. Vriendin en hondje met staart omhoog gaan er achteraan. Als de bus weer optrekt zijn ze de hoek al om.
Wegwijs
Eerlijk gezegd, ik ben gelukkig geen 24 meer. Het leven heeft me wel meer geduld gebracht. De laatste jaren bij mijn werkgever, heb ik trainees begeleid. Met veel plezier heb ik ze wegwijs gemaakt in het werken voor een gemeente. Met evenveel plezier hebben zij mij laten zien dat er ook andere manieren zijn om je plannen te verwezenlijken. “We gaan de deelnemers aan de vergadering niet vooraf informeren hoe we het aan gaan pakken, ze zien het vanzelf wel.” Klonk het overmoedig. Oké, dacht ik met enige twijfel. Maar, het werkte, iedereen was enthousiast. Gewoon direct op je doel af en niet eerst alles wikken en wegen. Elkaar opbellen doe je niet, je appt dan komt het altijd goed. Zo leerden we van elkaar.
Lekker leren
Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat er een tijd komt dat ik niets meer te leren heb. Wat zou dat saai zijn. We rijden het station in. Welk spoor moet ik ook alweer hebben voor de trein naar Rotterdam? Voor het eerst in mijn leven ga ik naar een Pasar Malam. Behalve veel hapjes en muziek, heb ik gezien dat er ook workshops worden gegeven. En terwijl ik richting het perron loop, weet ik één ding zeker: saai wordt het niet.